Allegorie op de vergankelijkheid
toon uitvergroting

Allegorie op de vergankelijkheid

Hendrick Gerritsz Pot (Amsterdam ca 1580 - Amsterdam 1657)

ca 1633, paneel, 58 x 73 cm

Een jonge, mondain geklede vrouw, omringd met sieraden, zit naast een tafel. Rechts van haar staat een stoel met daarop mannenkleding en op de achtergrond staat een bed – duidelijke toespelingen op de fysieke liefde. Ook andere voorwerpen op het schilderij duiden daarop. De luit, die uit het foedraal is gehaald, wijst op de verloren onschuld. Ook de papegaai is in dit verband een seksueel geladen motief. De brief die de jonge vrouw vasthoudt, is ongetwijfeld een liefdesbrief.
De vrouw is geheel verdiept in haar amoureuze overpeinzingen en heeft niet in de gaten dat de dood op de loer ligt – zij is de vlees geworden Vanitas of IJdelheid. De oude vrouw, die ten overvloede nog een verwelkte bloem in haar ene hand houdt en een schedel in haar andere, wijst de beschouwer op de vergankelijkheid van jeugdige schoonheid en op de kortstondigheid van het leven.