Het verzorgen van de kinderen van het Arme-Kinderhuis: drie Werken van Barmhartigheid
Jan Salomonsz de Bray (Haarlem 1626/1627 - Amsterdam 1697)
1663, doek, 134,5 x 154 cm
Jan de Bray maakte dit schilderij in opdracht van het Haarlemse Arme-Kinderhuis. Het schilderij kreeg een plaats boven de schoorsteen in de regentenkamer. De betaling aan De Bray is opgetekend in het kasboek van het weeshuis, hij kreeg 72 gulden voor dit ‘conterfeitsel bij hem geschildert sijnde 3 wercken van barmherticheyt’.
Van de zeven christelijke werken van barmhartigheid zijn de drie voorgesteld die direct betrekking hebben op de dagelijkse zorg van weeskinderen op dit schilderij: het kleden van de naakten, het laven van de dorstigen en het spijzigen van de hongerigen. Er wordt brood uitgedeeld, waarin gretig wordt gehapt, een meisje krijgt een kan met drinken aangereikt (vermoedelijk dunbier, een lichte biersoort, die dagelijks gedronken werd) en alle kinderen verwisselen hun oude vodden voor de kleren van het weeshuis, te herkennen aan de verschillend gekleurde mouwen: één rode en één zwarte. Zij worden daarbij geholpen door personeel van het tehuis.
Het Arme-Kinderhuis was gevestigd in het voormalige Maria Magdalenaklooster. Het torentje op de achtergrond van het schilderij vertoont duidelijke overeenkomst met dat van de kapel van het klooster. In 1765 werd het Arme-Kinderhuis samengevoegd met het Heilige Geesthuis en kreeg later de naam Gereformeerd of Burger weeshuis. In 1810 verhuisde het weeshuis naar het voormalige Oudemannenhuis, het gebouw waarin nu het Frans Hals Museum gevestigd is.