De regentessen van het Grote of Sint Elisabeth’s Gasthuis te Haarlem
Johannes Cornelisz Verspronck (Haarlem 1601/03 - Haarlem 1662 )
1642, doek, 152 x 210 cm
De vier regentessen van het Sint Elisabeth’s Gasthuis lieten zich in 1642 portretteren door Johannes Verspronck. De regenten lieten zich in hetzelfde jaar portretteren door Frans Hals, de andere grote Haarlemse portretschilder.
De regentessen zitten aan tafel, alsof zij in vergadering bijeen zijn. Het kasboek, het leitje met een stukje krijt en het inktstel met de pennen zijn attributen die verwijzen naar hun werkzaamheden als bestuurder van het Gasthuis; zij zorgden voor de administratie en de organisatie van de huishouding en hielden toezicht op het vrouwelijk personeel. Rechts is door een openstaande deur de ziekenzaal zichtbaar. Naast de bedstede staat een beddenstok, die door de zieke gebruikt kon worden bij het in- en uitstappen. Aan de muur hangt een blaker.
De namen van de vrouwen zijn bekend: Guertge Laurensdr, Belitge van Schilperoordt, Elisabeth van Teffelen en Beatrix Schatter. Helaas is niet met zekerheid te zeggen welke naam bij welke vrouw hoort. De regentessen dragen sobere donkere kleding. De grote molensteenkragen waren omstreeks 1640 al enigszins ouderwets en werden eigenlijk alleen nog gedragen door oudere vrouwen. Deze vrouwen zijn allen op leeftijd. De jongste zijn Elisabeth van Teffelen en Beatrix Schatter. Zij werden geboren in 1584 en waren dus toen dit portret gemaakt werd al ver in de vijftig.